Uitbreidingen

Rond het midden van de negentiende eeuw ontstond pas de behoefte om de begraafplaats uit te breiden. In 1848 besloot de gemeenteraad om het gebied ten oosten van de begraafplaats, via een onteigeningsprocedure te verwerven. Maar omdat deze procedure blijkbaar niet voorspoedig verliep, werd in 1852 een alternatief plan ontwikkeld op een gebied ten westen van de bestaande begraafplaats.

De laanstructuur langs het hoofdpad op het oudste deel van de begraafplaats stamt uit de tweede helft van de negentiende eeuw.Hiermee werd aansluiting gezocht bij de uitbreidingen van 1857-1870. Herkomst afbeelding: Stadsarchief Maastricht

Op 8 maart 1854 verleende het Provinciaal Bestuur van het Hertogdom Limburg haar goedkeuring aan het uitbreidingsplan, met de vergroting op het oostelijke gebiedsdeel, met een ringmuur op 10 ellen uit de as van de Steenweg naar Tongeren.

Het plan voor de nieuwe begraafplaats is in 1857 opgesteld door Stadsarchitect Johannes Grégoire van den Bergh. Zijn ontwerp lijkt op het eerste gezicht op een totaal nieuwe aanleg, maar bij nadere beschouwing blijkt dat het subtiel aansluit op de tot dan toe gerealiseerde aanleg.

Hij projecteerde een tweede poort op vijftig meter ten oosten van het bestaande poorthuis. Deze poort is in dezelfde stijl uitgevoerd in aansluiting op een nieuwe as, die parallel aan de oude hoofdas loopt. Ook de haag tussen de religies wordt doorgetrokken. Deze haag tussen het katholieke en het protestantse gedeelte is rond 1960 gerooid maar de oorspronkelijke positie is hier en daar aan de achtergebleven wortelstronken herkenbaar gebleven. 

Op enkele plaatsen stonden tweelinggraven van echtparen uit gemengde huwelijken, waarbij het katholieke graf door de heg gescheiden was van het protestantse graf. Verschillende van deze tweelinggraven zijn als identieke paren uitgevoerd en in Vak D en E. zijn er nog enkele bewaard gebleven.